Een aantal jaren geleden zat ik niet lekker in mijn vel, ... maar dat hebben zoveel mensen en dus bleef ik zelf zoeken naar oplossingen.
Het lukte me niet. Ik kwam tot de ontdekking dat ik het alleen niet redde en besloot daarom in therapie te gaan.
Problemen waar ik voorheen nooit over had gepraat, kon ik nu bespreekbaar maken bij mijn therapeute. Ik kon mijn verhaal kwijt en zonder te oordelen luisterde zij. Ik voelde me gezien en gehoord. De nabijheid van de ander en de troost die ik daarbij ervaarde werkten helend. In die veilige omgeving zochten we samen naar wegen waardoor ik verder kon en een gelukkiger mens werd. Wanneer je het alleen niet kunt, is het fijn als er iemand is die met je mee wil gaan en je ziet in je moeite. Dat geeft troost.
Ik werkte in die tijd als leerkracht met kleuters en wilde hier in die groep iets mee gaan doen.
Ook zij hebben hun 'problemen' en verdrietjes die ze niet altijd kunnen of willen benoemen, ook niet aan de juf.
Daarom heb ik op een gegeven moment de 'troostbeer' geïntroduceerd.
Ik vertelde dat de troostbeer er was om hen te helpen en te troosten en dat ze die mochten pakken als ze verdrietig waren. Het werd een ontroerend succes.
Regelmatig werd de beer gepakt en vaak stopte dan het huilen ook al snel. Sommigen zaten er een beetje mee te spelen en anderen hielden hem alleen heel stevig vast, als iets waar ze zich aan vast klampten.
Na een tijdje werd de beer dan weer teruggezet en gingen ze over tot de orde van de dag. Soms vroeg ik dan wel eens: "Heb je de beer niet meer nodig?". Een kleuter antwoordde eens: "Nee, Beer heeft mij getroost", en een andere kleuter zei eens: "Beer zegt dat ik nu wel weer kan gaan spelen".
Regelmatig gebeurde het ook dat een kleuter de troostbeer pakte om aan een ander kind te geven dat zat te huilen. Dit kind werd door die ander gezien in zijn /haar verdriet en zonder verder te praten konden ze elkaar helpen. Heel mooi om te zien.
Mathilde
